Share |

DEUTSCHLAND GEHT EINKAUFEN

Nicht genug damit, dass am  Freitag 2. April 2010 meine reizende Freundin Ivonne einen sehr runden Geburtstag feierte, vorher war mir noch die Ehre zugefallen, eine Eröffnungsansprache halten zu dürfen. Die Eröffnung der Fotoausstellung von Maarten Kuypers in einem ehemaligen Lampenladen mitten in Venlos KreativQuartier Q4 lockte urplötzlich 50 vornehmlich Kreative in das mit lebensgroßen Fotografien deutscher Kauftouristen ausstaffierte Etablissement.

Ergänzend zur einfühlsamen Foto-Sicht des Maastrichters habe ich versucht, keine Fragen zum ebenso komplexen wie heiklen Thema des hassgeliebten 'Kooppruus' offen zu lassen. Zur Sicherheit anbei der Text zum Nachlesen. Wer immer noch kein Niederländisch kann, darf sich gerne beim aktuell noch laufenden Niederländischkursus speziell für Kaldenkirchener anmelden.

Inzwischen habe ich meine 'openingsspeech' übrigens genau an acht Besucher der Eröffnung gemailt, die ihn noch einmal nachlesen wollten, was mich sehr freut. Die abendliche Party im Alla Casa am Nolensplein ging bis 2.45h. Den turbulenten Absacker bei unseren Nachbarn habe ich nicht mehr erlebt. Punkt 3 Uhr lag ich seelig im Bett.

 

 

DEUTSCHLAND GEHT EINKAUFEN

Het was in 1974 dat mijn toenmalige vriendinnetje me voor het eerst naar Venlo heeft gesleept. Een snelweg bestond toen nog niet. Met ons krakkemikkig R4-tje zijn we via Kempen, Grefrath en Hinsbeck gesjokkeld om bij Twan Hanen Sambal Oelek, Kroepoek en Douwe Egberts Koffie te gaan kopen. Soms, als ik heel erg stoutmoedig was, heb ik me ook wel een kartonnen pakje van die knalharde Van Nelle Shag gegund. Dat allemaal was toentertijd nog spotgoedkoop en in Krefeld helemaal niet verkrijgbaar.

Ook mijn eerste stereoinstallatie was uit Venlo. In het HihFi-Centrum op de Grote Kerkstraat kon ik voor 700 gulden een Scott versterker kopen. Onze dope daarentegen hebben we nooit in Venlo gekocht. Dat vergif was namelijk ook in Krefeld ten overvloede beschikbaar.

Het viel meteen op dat de DeeMark zeer welkom was, maar ook dat het wisselgeld evenwel vaak guldens waren. Omdat ons Nederlands zo rudimentair was durfden we deze dubbele verlakkerij eerst niet te reclameren. Nu was het zo, dat mijn ‚schoonouders’ Kriewelsch plat spraken. En dat dialect was blijkbaar het ideale idioom om de Venlose tollenaars eens de worm te zegenen. En u mag van mij aannemen dat het werkte. Wat deze boeven vervolgens terugscholden, konden we natuurlijk precies verstaan – omdat toen in Krefeld bijna exact hetzelfde dialect gesproken werd als in Venlo.

We mogen rustig stellen dat al de voorouders van jullie oosterburen naar Venlo zijn gereisd om te shoppen. Al lang voor de romeinen, toen er pruisen noch limburgers waren, laat staan Gelre en Gulik, moeten de schuine hutten en marktkramen langs de moerassige oevers van de Maas al een magische aantrekkingskracht hebben gehad. Voor het traject van Keulen naar Venlo had men in de middeleeuwen en nog tot lang daarna, te voet of met paard en kar (bvb een Rheinische Schlagkarre / ‚Keulse kar’) minstens een week nodig, verondersteld dat je niet uitgeroofd, in de meterdiepe modder bleef steken en door de gieren geskeletteerd werd. Vandaar dat ik denk dat de eerste ‚kooppruuse’ uit de naburige dorpen kwamen en in plaats van geld mogelijk ook ruilwaar met zich mee voerden: groenten, tabak, korenwijn, aardewerk of simpelweg ‚genetisch materiaal’. En waarschijnlijk werden de afstanden langer namate dat de vervoersmethoden comfortabeler werden. Met de af te leggen afstanden werden echter ook de uiterlijke verschijning en de klank van de talen vreemder. De eerste spoorlijn eindigde overigens (sommigen zullen het weten) ergens in het huidige Julianapark en was als ‚Kölle-Minder’ bekend.

Ookal zorgden propaganda en oorlogen geregeld voor ressentimenten, ze konden de grensoverschrijdende handel nooit blijvend verstoren. De oorlog was amper afgelopen of het ging al weer monter door met markt en smokkel. Die individuele motorisering, vooral na de tweede oorlog heeft tot een ware boom van het kooptourisme geleid, en heeft Venlo quasi als ridderslag voor de status van de grote stad het verkeerschaos ten deel doen vallen, waar ze zo vurig naar verlangde .

Met de auto werden de bezoekers nog talrijker maar ook ‚vreemder’. Want die kwamen nu ook uit het verre oosten van het Ruhrgebiet, uit het diepe Westfalen, uit Keulen en de zuidelijke Rijnlanden. En ze kochten vaak producten en merken, die ze evengoed thuis hadden kunnen kopen. Maar nu leek het aspect van de ‚Ausflug’ belangrijker te worden, hetgeen door Venlo geraffineert met het keurmerk ‚Holland’ gepromoot werd. „Grüße aus Holland “ pronkt dan ook tot op de dag van heden – tamelijk leugenachtig - op de anzichtkaartjes, die in Venlo verkocht worden. En deze bezoekers klonken nog vreemder. Hun tongslagen en accenten, die ze soms met een peuk tussen de lippen, zo pijnlijk lawaaierig over de straat uitstortten, klonken vreemd, soms ook voor de oren van de bewoners van de duitstalige buurgemeentes.

Nabijheid en vreemdheid bestaan overigens ook binnen Venlo: Blerick, Tegelen en sinds anno nu ook Arcen en Belfeld zijn nog lang niet in het idee van de éne stad aangekomen en zullen dat ook wel nooit doen. Een soortgelijk beeld biedt zich in Nettetal: de deeldorpen van dit kunstmatig maaksel koesteren een behoorklijke argwaan tegen elkaar en gooien elkaar knuppels tussen de benen waar het maar kan. Ook met hulpeloze slogans als ‚Venlover(... vul maar wat leuks in)’ en ‚Nettetal ist mehr’ (gaap...) valt daar nog maar weinig te redden. Ik ken bijv. Venloose Musici, die na een optreden in Blerick nerveus op hun horloges keken en duidelijk lieten merken, dat ze nu maar weer vlot de brök euver môtte, want anders...(woorte zeej hiëlemaol gek van heimwieje). Aan de andere kant was er in het Kaldenkerken van de jaren 50 en 60 een zaaltje, de ‚Kleine Reeperbahn’, die als huwelijksbeurs voor een heleboel Tegelse meiden en Kaldenkerkense jongens fungeerde. Daar was ‚het vreemde’ plots attractief, de markt verzadigd met genetisch materiaal - de natuur wilde het zo.

Kooppruuse: Als ik gemeen was, zou ik zeggen, we sturen jullie onze ‚tweede keuze’, opdat die hier het imago van de Duitser mogen bepalen. Maar het spreekt vanzelf dat deze ‚tweede keuze’ (is het ‚white trash’?) maar zeer voorwaardelijk voor haar sociale lot aansprakelijk kan worden gemaakt. Dit post-industriële proletariaat zijn vaak de kleinkinderen van diegenen, die van het platte (Duitse) land en vooral Polen in de mijnen en aan de hoogovens van het Ruhrgebied werden gelokt en die nu misschien tot de lagere inkomensgroepen tellen of mogelijk zelfs werkeloos de beruchte uitkering Harz 4 trekken. (voor sommigen ook: ‚Hass 4’, benoemd naar de uitvinder, een corrupte hoerenloper en ex-personeels manager van VW)

Als ik dan de commentaren over deze klandizie hoor van sommige ‚strunzdoofe’ groenteboeren, in het breedste Venloosch, dan krijg ik nog steeds ‚so’ne Krawatte’. Ik weet echt niet wat die hebben... Venlo is tenslotte ‚billig’. En zo’n ‚Billig-Bazaar’ lokt, billig-klanten aan - net als een drüeg brüedje de karper. En daar moet zich het billigpersoneel maar beter niet vrolijk over maken. Want als die prüüse opeens niet meer kwamen, dan zouden een heleboel van die arrogante groenteheinis, die beha- en jeansboeren (of, hoezo niet – ook menig wietdealer) niks meer te makken hebben en eveneens gauw in de soos terechtkomen.

Dat de Einkaufsbummel, het Powershopping, het kooptourisme überhaupt tot een vrijetijdsbesteding kon muteren, is al treurig genoeg. De reden daarvoor is de door het kapitalistisch systeem gewilde, maar desalniettemin zieke fragmentering in tijd van de baas en vrije tijd. Reeds de ouwe Krupp besefde dat je het domme volk eerst met de sirene de fabriekshal in moest jagen om hem vervolgens zijn zuurverdiende groschen in de Kruppsche winkel weer af te troggelen. En omdat de moderne mens van vandaag de dag nergens ter wereld meer veilig kan zijn voor de steeds nauwere mazen van de sleepnetten van de marketing, zal hij ook in Venlo daarin belanden. In het billige Venlo welteverstaan. Wat dat betreft was Roermond slimmer en int met zijn Designer Outlet eerst de vettere budgets, om in haar historisch centrum vervolgens ook nog de muntjes in te kasseren. Maar, daarmee laat zich consumisme niet als culturele prestatie rechtvaardigen. In de jaren 70 noemden we dat ‚Konsumterror’.

Ook vandaag, op Goede Vrijdag, stond de boel weer op stelten. Alles zat dicht, op het kleinste paarkeergaatje voor je deur – ’tuurlijk, ene pruus. En ik verwed mijn linkerbal, dat vandaag weer velen van jullie de pruuse noa den duuvel haet gewins. Maar mogelijk bent u ook helemaal niet de juiste geadresseerden van deze gedachten en is Venlo zelf als gemeente verkeerd bezig, als ze zich en haar middenstanders met het Maasboulevard binnenkort zelf cannibaliseert en – dat is ook in Pruussens aan de orde – inplaats van échte werkgelegenheid enkel Konsuumtempels laat verrijzen, waarin weer in toenemende mate de uitkeringen worden geconfisceerd.

Met het beeld van de kooppruus voor ogen zou men veel nadrukkelijker moeten nadenken over de tijd ná het tomeloze consumentisme, waarvoor de zojuist geschetste postindustriële ‚Tweede keuze’ een voorbode zou kunnen zijn. Men zou moeten nadenken over een cultuur van de schaarste, die zeer zeker komt en zeer zeker tot het einde der tijden zal duren. En ookal is Cradle to Cradle een interessante aanzet tot nadenken, de dramatische consequenties van dien voor onze civilisatie (en onze o zo smarte stijl van kleding en manieren van wonen) worden nog lang niet terdege beseft laat staan dat er over gediscusseerd wordt.

En wie weet, zou Venlo ook eens over zijn rol als transnationale centrumstad moeten nadenken en eindelijk eens beginnen, de nodige culturele straalkracht te ontwikkelen, die ook de pruuse in Brüggen, Nettetal en Straelen ‚verstaan’, waarvan nog steeds 99% geen woord Nederlands spreekt, omdat de politiek de voorkeur geeft aan Latijns en Frans. De recepten zijn allang geschreven, alleen de koks ontbreken nog. En de gasten, natuurlijk. Want menig Venlonaren leven nog steeds volgens het hypokriete devies: „Was me, maar maak me niet nat.“ en willen de ongeliefde kooppruus als tegenontwerp van de ideale Venlonaar conserveren - en het liefst verder uitmelken – hem achter in de Koala een Nepp-Rolex oor aannaaien, om vervolgens een vette bekeuring van 70 euro achter zijn ruitewisser te klemmen opdat ie zich vlot uit de voeten gaat maken en tamelijk gauw weer terug zal keren, om zijn bescheiden koopkracht opnieuw te laten afromen.

Even terzijde: ‚Einkaufsparadiese’ zoals Venlo tref je overal ter aarde aan. En de verschijningsbeelden van deze steden, die zichzelf in de etalage leggen, lijken slagend op elkaar.

Hoe zeer Venlo ‚te koop’ is, dat wordt ook esthetisch afgebeeld: het stadssilhouet zal binnenkort door de Maasboulevard bepaald worden, het straatbeeld wordt gedomineerd door schreeuwende reclame, bij voorkeur in slecht Duits, de desbetreffende etalages net zo slordig gedecoreerd dat de zowieso al koopgraage klant snel tot schot komt, de horeca exact op maat geknipt voor de haastig etende loopklant, de assortimenten vooral bij kledij vaak ‚billig’, en dat zowel stilistisch als ook wat de materiaalkeuze betreft. En al het opgesomde bepaalt ook de verschijning van de ‚kooppruus’, ja het is waarvan hij gemaakt, het is waarin hij gekleed is.

Maarten Kuypers heeft in zijn fotografieën de bijzondere esthetica in kleding, gezichtsuitdrukking en lichaamshouding van de Duitse kooptourist duidelijk uitgewerkt.

Het is juist die totale werking van de ‚totale’: de van alle op hem indringende drukke reclame-esthetica ontdane mens op de beschouwer, die zo ontzettend ontroerend en daarmee ook ontwapenend is. Ik mag ervan uitgaan dat zich zowel de Duitser als ook de Venlonaar een beetje betrapt zal gaan voelen. We zitten klaarblijkelijk in het zelfde lekke bootje en de een is afhankelijk van de ander.

Maar met zijn ongeschminkt realisme en zijn behoedzame werkwijze staat Maarten ook in de voetstappen van de Keulse fotograaf August Sander en diens portretten van mensen van zijn tijd. Hij verkeert in artistiek opzicht dus in het allerbeste gezelschap.

Ookal zal het een beetje veel gevraagd zijn, dat u uw kooptouristen nu van ganze harte lief hebt, er is hoop, want deze speech werd door een Duitser gehouden, die straks schuin tegenover naar een binationaal verjaardagsfeestje zal gaan.

Het spreekt vanzelf dat ik deze tentoonstelling haar verdiende succes, en u veel kijk- en denkplezier toewens met DEUTSCHLAND GEHT EINKAUFEN. Wie weet mogelijk binnenkort ook in Pruuses...